20-12-2021 Lockdown

Het is vandaag 20-12-2021 17.00 uur

Twee dagen geleden was de enige echte kerstman bij ons op bezoek bij Lien & Otje. Bezoekers konden met hem op de foto of naar de mooie verhalen luisteren. Vier elfjes had hij bij zich en wij hadden ook nog een elfje geleverd.

We hadden warme chocomel, glühwein en versgebakken wafels buiten staan.

Wat was het een leuke dag. Vrolijke kinderen en ouders en onze medewerkers gingen zingend de dag door. Kerstliedjes zijn veruit favoriet. De hele dag heb ik genoten met een zorgelijk gevoel in mijn achterhoofd. Helaas kwam aan het einde van de middag dat nare gevoel uit. We moeten dicht. Op zondag om 05.00 uur moeten alle niet essentiële zaken dicht. Voor iedereen een vreselijk moment. Wat een verdriet onder onze medewerkers. Het is zaterdagavond en op zondag kunnen we weinig uitzoeken dus vandaag hebben we gelukkig al wat antwoorden op veel vragen.

Gisteren (zondag) ben ik naar de zaak gegaan om nog het een en ander te regelen en toen ik naar huis reed en langs het Fatimahuis kwam werd ik verdrietig van het ongeloof. Het hele Fatimahuis (kerk) bom vol met mensen. Dat is iedere zondag zo en ik heb er helemaal geen moeite mee, tot nu. In ons kleine restaurantje kunnen als we het helemaal volproppen met dertig mensen zitten. 30 mensen. Hoeveel mensen zouden er in die kerk (die we geen kerk noemen) zitten?
Ik snap het niet meer, mijn medewerkers snappen het al helemaal niet meer. Er wonen er een paar nog geen 200 meter van het Fatimahuis af. Hoe moet ik ze dit nou toch uitleggen. Dat gaat gewoon niet lukken.

Op Facebook zei iemand:, “We komen wel bij jullie bidden en dan drinken we een abdijbiertje. Wat een goed idee. Kerkgemeenschap Lien & Otje. Helaas gaan we dan weer voorbij het doel van een lockdown. Zo min mogelijk mensen bij elkaar. Maar waarom mag de kerk dan wel open zijn. Dat is de wet. Zo kreeg ik ook van een Facebookvriend gehoord:

“Vrijheid van godsdienst is een in Art. 6 van de Nederlandse Grondwet verankerd onaantastbaar grondrecht (Thorbecke). Overigens, vrijheid van godsdienst(beleving) werd middels de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens in 1948 door de ondertekenaars internationaal geratificeert,” Ja en je snapt het al. Op deze manier kan ik dat natuurlijk niet uitleggen.

Vandaag kwam er aan het einde van de middag nog goed nieuws. We mogen doorgaan met de dagbesteding deze week. Dus onze medewerkers hoeven niet thuis te blijven zitten of naar een dagbesteding te gaan die ze niet leuk vinden. Wat gaan we dan doen als we geen gasten mogen ontvangen. We gaan klussen en poetsen zodat we jullie als we weer open mogen jullie piekfijn kunnen ontvangen. Ook gaan we gewoon leuke dingen doen, want het is toch bijna Kerstmis. Iedereen een gelukkig 2022. We maken er een mooi jaar van.

16-06-2021 Rommel

Vrijdagochtend 07.30 uur en ik loop met een blikje bier en een leeg flesje Desperados bier door het speeltuintje in het park. Bruce (mijn hond) loopt rustig naast me met zijn neus heen en weer over het gras te snuffelen richting het zand onder de speeltoestellen.
Het was hier gezellig gisterenavond, denk ik. Overal liggen lege snoepwikkels en pizzadozen. Jongeren vinden dit een heerlijke plek om rond te handen in de avonduren en hoe warmer het wordt hoe meer rotzooi er wordt achtergelaten.

Laatst heb ik samen met Bruce ongeveer twintig blikjes uit het zand gehaald, omdat ik bang was dat kinderen zich zouden gaan bezeren. Bruce is een goede hulp, hij speurt door de speeltuin op zoek naar rotzooi dat lekker ruikt en hopelijk eetbaar is.

Iedere keer als we rotzooi ruimen probeer ik me te verplaatsen in de jeugd die hier in de avond zit. Ze nemen zich de moeite om overal eten en drinken vandaan te halen, maar kunnen niet vijf meter lopen om wat overblijft in de prullenbak te gooien.
Was ik ook zo in mijn pubertijd? Wij waren niet zo van het buitenhangen en in het dorp was ook niet makkelijk om in de avonden eten te scoren. Wij zaten vooral in het jongerencentrum of gewoon op onze kamers. Ja, en daar was het idd zo dat mijn vuile was ook een meter van de wasmand af lag en niet in de wasmand.

Zo af en toe hoor je wel iemand “die er verstand van heeft” vertellen hoe het brein van de jongeren en de jongvolwassenen nog niet volledig is ontwikkeld en dan vraag ik me wel eens af in welke volgorde dat brein zich dan ontwikkeld. Eerst ontwikkelt het stukje zich om een uhhh “levenspartner” ahum te scoren en dan pas ontwikkelt zich het stukje om op te ruimen en de vuilnisbak te vinden. Dus eigenlijk weten de jongeren en begin twintigers die al die rotzooi in ons park en bij het ‘fortje’ maken wel hoe alles werkt en functioneert onder de navel, maar niet hoe ze 3 meter verderop iets in de prullenbak kunnen gooien.

Maar het kan ook zo zijn dat ik het helemaal verkeerd begrijp.

Dus daar loop ik dan in de vroege ochtend met het blikje bier en het flesje in mijn hand richting de prullenbak. Waarom? Geen idee eigenlijk. Misschien omdat we zo’n mooi nieuw park hebben en ik wil dat dat zo blijft. Of moet ik alles laten liggen, zodat onze jongeren weer in dezelfde rotzooi terugkomen ’s avonds?

Een tijdje geleden stonden er bij het “fortje” twee wegwerp BBQ’s en zakken met aangebroken spullen. Bruce was helemaal happy de peppie. Ik iets minder, want daar waar ik mezelf wijsmaak dat Bruce me helpt met opruimen, wil hij alleen maar eten eten eten. Snel heb ik ze opgepakt en op de vuilnisbak gezet. (Het paste er niet in). Heerlijk toch, als het kan met vrienden in de openlucht BBQ’en op een plek waar je ouders niet zijn. Natuurlijk heb ik dat ook wel eens gedaan, maar ik heb altijd mijn zooi opgeruimd. Ook in die fase dat mijn brein zich aan het ontwikkelen was. Ik moest er niet aan denken mijn ouders erachter zouden komen dat ik ergens rommel achter zou laten. Dan zwaaide er wat.

Maar och, we moeten ook zeker genieten. En hoe fijn is als dat met vrienden buiten kan. En wie weet, wie weet leest nu een van die in ontwikkeling zijnde breinen dit stukje en denkt…” verhip, die Celine heeft wel een punt,” dan heeft dit stukje weer iets bijgedragen aan de schoonheid onze mooie wijk.

18-04-2021 Vol ideeën

Zes keer ben ik opnieuw begonnen aan dit verhaal. Zes keer met een andere insteek, want hoe vertel je zonder op te scheppen of dom te lijken dat je in coronatijd een restaurant hebt gekocht en een winkel bent begonnen. Dan is het ook nog moeilijk om te vertellen dat het allemaal zo geweldig is als je nog helemaal niet open bent geweest. Wat vertel je dan wel? We zijn nu vijf maanden verder en er is heel veel gebeurd. We hebben ons uit de naad gewerkt. Gewoon door te blijven werken in onze oude werkomgeving, want er moet toch geld binnenkomen, en dan in de vrije uren (weekenden, avonden en vrije dagen) bij Lien & Otje. Zo heet het restaurant en winkeltje: “Lien & Otje”. Ik krijg vaak de vraag wie Otje is, “want Lien dat ben jij toch?” Nou, Otje ben ik ook. Celine (Lien) Otten (Otje). Deze mooie naam is verzonnen door de kinderen van een vriendin van mij.
Maar goed, we hebben dus hard gewerkt. De keuken heeft een make-over gehad, het restaurant heeft een aantal veranderingen doorgemaakt en het winkeltje is de grootste verandering. Een plek die van een bordeauxrode/donker gele wijnproeverij/bar is omgetoverd naar een frisse, lichtgroene, gezellige plek waar je boeken en snuisterijen kunt kopen. Wat ben ik blij met die plek.

Gisteren hebben we ook het terras voor de eerste keer uitgezet. Gewoon om te kijken hoe het er uit zou zien.

Wat zitten we toch op een mooie plek. De Oude Schut. Je weet wel, dat pleintje dat verstopt ligt naast de kerk, maar waar we nu eens de volle spotlight op gaan zetten.

Zodra het weer mag willen we losgaan met van alles en nog wat. Op koopavonden en zondag middagen akoestische muziek. Voorleesmiddagen, marktjes, boekenbingo, een strand op het pleintje, gourmetavonden of in de winter stamppotavonden. Weertse kampioenschap vier op een rij, een signeermiddag met een bekende schrijver of een Franse dag met schilders op het plein. Ons hoofd loopt over van de ideeën en er komen er alleen maar meer bij.

Je ziet dat het dicht zijn van ons bedrijf niet betekend dat ons hoofd ook stil staat. Hoe langer we dicht zijn hoe meer ideeën er naar boven komen drijven. Ook de inrichting van het pand heeft niet te lijden onder corona. Iedere week bedenk ik wel iets nieuws om te maken. En daar waar ik dan zou zeggen “kijk eens wat een mooie muur we gemaakt hebben,” moet je op de plek van ‘we’, Hans en Raymond lezen. Want ik bedenk iets en dan moeten die twee maar bedenken hoe dat uitgevoerd kan worden en tot nu toe gaat dat uitstekend kan ik je vertellen. De houten muur in het winkeltje, de houten betimmerde kluisjeskast in het restaurant. Lampen op rare plekken. Een toonbank doormidden, rekken in de keuken. “Dat wat daar staat wil ik eigenlijk daar, maar dan wel zo en dan het liefste op die manier.”  Het to do lijstje wordt korter als de mannen zijn geweest en langer als ik weer een dag op de zaak heb doorgebracht. Een kast zus en een bloembak zo. Even stoelen ophalen en lichtbakken ophangen, wat een gouden duo is dat toch voor Lien & Otje en dat mag ook wel een gezegd worden. Want als naamdrager van dit mooie bedrijf komt mijn koppie bij RTL, L1 en in de Limburger, maar zonder deze twee mannen was het nog steeds een bordeauxrode bar met naastgelegen restaurant ipv een kneuterig, gezellig boekenwinkeltje met naastgelegen warm ogend restaurant…en daar is Lien van Otje erg dankbaar voor.

*Geschreven op 18 april, er kan dus al van alles veranderd zijn bij uitkomen van het de wijkkrant.
** Hou onze Facebook in de gaten voor de dagen die we open zijn voor koffie to go.
*** Je kunt via Facebook ook afspraken maken voor winkelen op afspraak.

17-12-2020 Lien & Otje

02.00 uur midden in de nacht en ik zit recht op in mijn bed. “Waarom had ik dit ook weer gedaan? In deze onzekere tijd van corona een restaurant overnemen, ben ik nou helemaal gek geworden. We mogen niet eens open. Hoe heb ik het toch in mijn hoofd gehaald? Misschien moet ik me wel ontoerekeningsvatbaar laten verklaren?”
Even een stukje terug in de tijd, 22 oktober gingen we naar klein pandje kijken aan De Oude Schut. Ik wilde zo graag een kneuterig boekenwinkeltje met een klein terrasje waar je je krantje kan lezen met een mok koffie erbij. Gewoon geen gedoe, lekker relax in de zon op het terras.
Om een af andere reden kwamen we thuis met niet 1 maar 2 pandjes. Het restaurantje ernaast bleek ook te huur en de inboedel ter overname. Acht dagen voor ik naar het kleine winkelpandje ging kijken kregen de vrijwilligers van Brownies en Downies te horen dat ze weer moesten sluiten en helaas niet meer open konden gaan. De tweede golf zouden ze niet overleven. Wat een verdriet bij de vrijwilligers en medewerkers. Ik was er pas net vrijwilliger, maar was al zo fijn opgenomen in het team en het voelde of ik er al jaren bij hoorde.
Met dit restaurant en winkeltje hoop ik het gat weer op te vullen waar we met zijn allen in gevallen zijn. En wat een enthousiasme komt er van alle kanten op me af. Naar aanleiding van een berichtje op Weert de Gekste nam de Limburger contact met me op met als gevolg een mooi stuk in de krant twee dagen later (en ik had de sleutel nog niet eens). Poeh wat gaat dat snel allemaal. 

Inmiddels is het half december als ik dit stukje schrijf en zijn de muren van het winkeltje geverfd en ligt er een nieuwe vloer in. De keuken van het restaurant is aangepast en er zit een nieuw plafond in. Ik heb mijn sociale hygiëne diploma gehaald. Er komen een hoop boeken binnen die we gewoon gratis krijgen van mensen die het krantenartikel gelezen hebben en mij niet eens kennen. De stichting is bijna een feit, zodat onze medewerkers met een verstandelijke beperking en vrijwilligers onder goede voorwaarden kunnen starten, zodra we weer open mogen.
Ik ben erg onder de indruk van de vrijwilligers die als team al zoveel hebben gedaan en die met me mee stuiteren van enthousiasme, maar me ook af en toe afremmen als ik weer eens doordraaf. Bedrijven die zich melden, omdat ze ons mee willen helpen met oa de website bouwen, logo ontwerpen of een nieuw plafond willen financieren. Het is zo overweldigend.

Het is ook heel spannend. Ik begin iets heel nieuws, iets wat ik nog nooit gedaan heb. Een bedrijf waar ik nog een hele hoop voor moet regelen. Waar ik dus om wakker lig, als ik me om 03.37uur ineens realiseer dat ik niet moet vergeten de vergunningen aan te vragen, de wifi te regelen en dat ik de stroom leverancier moet bellen. Verzekeringen…oh dat moet ook nog en het alarm bedrijf moet komen. Met welk bierbedrijf gaan we in zee en wie wordt de koffieleverancier? Als mijn hoofd dan zo aan het malen is kom ik met geen mogelijkheid meer in slaap. Na weken van halve nachten slapen en overdag stuiteren van enthousiasme is nu de rust weer een beetje teruggekeerd. De dingen zijn geregeld, alles begint zo uit te zien als ik het in mijn hoofd had. En wat ben ik trots, trots op alles en iedereen die met me meedenkt en me helpt. Trots dat we in deze barre tijden iets hebben kunnen vinden waar we blij van worden. Ondanks dat we afgelopen week gehoord hebben dat ook het winkeltje voorlopig niet open mag.

We gaan gewoon door en maken er het leukste, gezelligste en vooral gewoonste restaurant met winkeltje van Weert van. En hoe we gaan heten?

“ Lien & Otje, de gewoonste zaak van Weert”

17-02-2022 De Laatste

Het verhaal dat ooit zou komen is helaas aangebroken. Ik heb het lang uitgesteld, maar het gaat nu echt gebeuren. Het laatste…mijn laatste verhaal in onze wijkkrant.

Een hele tijd ben ik al aan het schrijven, een paar jaar vallen mijn belevenissen al via de wijkkrant bij jullie in de bus. Graag wilde ik vrolijke en grappige verhalen schrijven voor jullie. Geen gemiep en gezeur. Wel een menig, maar dan met een grappige ondertoon.

Ook durfde ik niet over alles te schrijven, omdat ik geen behoefte had aan discussies met mensen die een andere mening hebben dan ik. Gewoon omdat het verhaal leuk moet zijn en niet mensen moet aanzetten om nare reacties te geven.
Alweer anderhalf jaar geleden ben ik eigenaar geworden van het leukste restaurant van Weert: “Lien & Otje” aan De Oude Schut. Hierdoor is mijn vrije tijd een zeldzaamheid geworden, want door het covidgedoe en de sluitingen heb ik op de dagen dat Lien & Otje dicht was ook gewoon bij mijn oude opdrachtgever Omroep Brabant gewerkt. Het laatste wat ik wilde was schulden, dus heb ik de afgelopen negen maanden gewerkt, gewerkt en gewerkt. Hey en van een beetje werken word je echt niet slechter hè, je houdt alleen zo weinig vrije tijd over. Dus heel veel voeding om over te schrijven krijg ik niet meer binnen, tenzij ik alleen maar over Lien & Otje ga schrijven. Eerlijk is eerlijk Lien & Otje is veel leuker om mee te maken, om langs te komen. De gesprekken te voeren en te voelen wat ik voel als ik daar ben. Het is dan ook superleuk om al een aantal mensen van Fatima onze vaste gast te mogen noemen. Of zoals onze medewerkers zeggen “meneer en mevrouw Cornet en witte wijn” of de dames van de zaterdag. Het is heel fijn om te zien dat mensen terugkomen, dan doen we dus zeker iets goed. Het is ook heel leuk om nieuwe gezichten te mogen verwelkomen. Op iedere vrijdagavond hebben we nu gourmetavond. Er zijn al een aantal buurtbewoners geweest. Gezellig met de buurtjes gourmetten en thuis de rommel niet.

Maar goed, dit is dus mijn laatste verhaal. Voorlopig. Hopelijk worden de zorgen minder en kan ik mezelf wat meer vrije tijd geven. Weer inspiratie op doen voor vrolijke verhalen met hier en daar een boodschap.

Wie weet komt de inspiratie dan weer binnendruppelen en hoef ik niet meer op het laatste moment, laat in de avond, effekes snel een verhaal te schrijven, maar rollen de woorden weer zo uit mijn vingers, via mijn laptop en het harde werk van Jan en Geer jullie brievenbus binnen. Tot die tijd zie ik jullie misschien als ik met Bruce door de wijk loop of bij Lien & Otje en dan maken we gezellig een praatje. Maar voor nu zwaai ik naar jullie. Het was een prachtige manier om iets van me te laten horen in de buurt, om te delen waar de buurt en de mooie mensen mij verwonderen. Ik heb ervan genoten, ik hoop jullie ook. Voor nu is het klaar, op.

En Jan en Geer, dank je wel dat ik een plekje mocht innemen in het mooie wijkkrantje van Fatima, oh en sorry dat ik altijd te laat was met inleveren. (zo ook deze keer weer, tradities moet je in ere houden).
X Celine

16-04-2020 Toch over Corona!

Nee nee, ik ga niet over corona schrijven. Nee, ik ga over iets anders schrijven. Uhhhhmmm? Nou een klein stukje dan over corona en dan weer door. In het vorige krantje schreef ik dat de kinderen nog naar school mochten. Die avond dat ik het schreef werd alles anders en was mijn verhaal (dat twee weken later in het krantje stond) alweer knetter achterhaald. Wat is in een maand veel veranderd zeg. Toch heb ik het idee dat we er gauw aan wennen. Ik tenminste wel. Hebben jullie dat ook als je een serie of film aan het kijken bent en mensen geven elkaar een hand of een knuffel, dat je wil opspringen en heel hard roepen “Pas op! Dat mag helemaal niet.” Nou ja, ik dus wel haha.

Vandaag liep ik door de winkel en achter mij liep een dame met groene plastic handschoentjes. Ik heb al veel kleuren gezien, maar groen nog niet. Zag er wil blits uit. Ik draag geen handschoenen, maar ik vind dat iedereen moet doen waar hij of zij zich het prettigste bij voelt. De dame met de groene handschoenen was dus goed voorbereidt. Maar terwijl ik een paar tuinhandschoenen aan het uitzoeken was, jazeker, ons huis en onze tuin hebben echt profijt van het veel thuis zijn, komt de dame dicht naast me staan en buigt over mijn arm heen om ook tuinhandschoenen uit te zoeken. Dat vond ik een beetje raar. Wel zo voorzichtig met je handen, maar 1,5 meter afstand vond ze kennelijk niet nodig. Ik heb haar dat wel gezegd. Gewoon vriendelijk, want ik vind dat iedereen zo heerlijk vriendelijk is geworden en dat vind ik leuk. Er zijn hier en daar wel wat mopperkonten, maar die draaien wel bij als ze zien dat je met mopperen het coronavirus niet verdrijft.

Ik hoop dat ik niemand voor de kop stoot met het volgende, maar hebben jullie dat meegekregen van die gekken die allemaal complottheorieën hebben. Het coronavirus zou komen van de 5G masten. Dus nu gaan een paar gekkies die masten allemaal in de fik steken. Gisteren las ik dat die masten nog helemaal niet operationeel zijn in Nederland. Of van die gasten die zich vervelen en dan naar flightradar gaan zitten kijken. De vliegbewegingen boven Nederland scannen. Dan blijkt het dus zo te zijn dat de commerciële vluchten bijna niet vliegen, maar de sproeivliegtuigjes etc wel. Ik heb dus letterlijk bij iemand op Facebook gezien dat hij denkt dat die vliegtuigjes het coronavirus over ons land uitsproeien, omdat dat moet van de regering. WATTTTT????

Lieve buurtbewoners wat is het een maffe tijd hè. Ik hoop dat jullie allemaal gezond blijven en dat jullie je niet gek laten maken door een stelletje koekwouzen die denken dat ze het beter weten. Durf ook om hulp te vragen. Vraag de buurman of buurvrouw of ze misschien ook iets voor je mee kunnen nemen van de winkel. Maak een praatje door heg. Laten we met z’n allen hopen dat dit snel voorbij gaat en dat we er allemaal gezond, sterker en liever uitkomen.
Wat verheug ik me er toch op om met vrienden weer heerlijk op het terras te kunnen gaan zitten en te genieten van wat we met elkaar hebben. Het moet nog even wachten. Tot die tijd knappen we huis en tuin weer een beetje verder op.

Heb ik nou toch het hele verhaal over corona geschreven? Hè toch.

19-02-2021 Vriendin

Vandaag realiseerde ik me dat ik al 33 jaar bevriend ben met mijn beste vriendin. Vanaf klas zes (groep 8) tot nu dikke vriendinnen.

Als tieners gingen we samen op vakantie naar de camping. Op de fiets weliswaar, naar een dorp verderop en onze vaders brachten dan met de auto de tent en andere spullen, maar toch…we gingen alleen op vakantie. Vakantiebestemming: Valkenburg aan de Geul. (Hemelsbreed 5,5km van Margraten, het dorp waar ik opgroeide.) Maar het maakte niet uit waar we op vakantie gingen, als we maar zonder ouders waren.

We gingen allebei naar een andere middelbare school. Zij naar Maastricht en ik naar Gulpen. Voor onze vriendschap maakte dat weinig uit. Ik was niet zo’n ster op school, of eigenlijk, ik deed niet zo veel moeite om een ster op school te zijn. En na 2 jaar kwamen we toch weer op dezelfde middelbare school terecht. Zij op de HAVO en ik op de MAVO.

Voordat ik mijn rijbewijs had gingen we op de fiets op stap. Samen met een groepje bevriende jongens spraken we dan af om met z’n allen samen te fietsen. Die mannen hadden de vaart erin en wij trapte er op ons gemakje, kwebbelend achteraan. Want dat konden we goed, kwebbelen en lachen. Toen we in een nacht naar huis fietsten met onze mannelijke begeleiders werden we halverwege tegengehouden door jongens op brommers. De heren die bij ons waren fietsen er snel vandoor, want die jongens op de brommers wilde gewoon even ruzie zoeken en vechten. Wij waren niet snel genoeg en toen de ruziezoekers op de donkere weg dicht genoeg in de buurt waren om ons te zien zei 1 van hen: “Hey dat zijn meisjes.” Ze draaide zich om en reden snel weg. Verontwaardigd en vooral beledigd bleven we met z’n tweetjes achter midden op de weg. De rest van de weg naar huis waren we boos, boos op de jongens die niet met ons wilde vechten, omdat we meisjes waren. Haha, nu moeten we er nog keihard om lachen.
Toen ik eenmaal mijn rijbewijs had mochten we van mijn moeder haar auto gebruiken om op stap te gaan. Ik drink toch geen alcohol, dus dat vond mijn moeder veiliger dan op de fiets. Met zijn tweetjes in de auto lukte prima, maar er konden er ook 4 in, dus wie het eerst komt mag mee terugrijden en hoeft dus geen taxi te betalen. Oh eigenlijk…wie het eerst komt en het meeste bied. Zo reden we naar huis voor consumptiebonnen waarvan we de week erna de hele avond konden drinken. En er was nog een voorwaarde om mee te mogen rijden. Zingen. Wij zongen de hele weg naar huis alle mogelijke liedjes. Onze passagiers moesten ook meezingen. Deden ze dat niet dan werden ze na 1 waarschuwing halverwege vriendelijke verzocht de auto te verlaten en de weg te voet verder te gaan. En wat hadden we een lol.
En zo hebben we heel wat meegemaakt. Ik zou er iedere week wel over kunnen schijven. We zijn nu heel wat jaren verder. Ik ben 45 en zij is 44. We zijn eerlijk naar elkaar, helpen elkaar en bespreken alles met elkaar. Nou ja bijna alles. Vanaf onze tienerjaren hebben we 1 gouden regel waar we ons al die tijd al aan houden. We praten niet over ons gewicht en daarom zijn we al 33 jaar beste vriendinnen. Zonder haar zou ik niet meer kunnen.

De duif

De duif

Vandaag had ik bezoek van een duif. Gewoon op mijn balkon. Ik zat rustig een boek te lezen en daar zat zij ineens. Op de stenen rand van het balkon van het appartement in Frigiliana waar ik tien dagen in mijn eentje op vakantie ben. Tot vandaag heb ik hier in Spanje nog geen duif gezien.
Die duif! Waarom wil ik het nou persé over die duif hebben? Er zijn een paar mensen om me heen die het meteen zullen snappen, maar voor al die anderen zal ik het verhaal van de duif vertellen. We gaan wel even terug in de tijd.

2017
Mijn moeder is al heel haar leven bang voor muizen maar vooral voor ratten. Sinds mijn vader is overleden in 2011 is dat alleen maar erger geworden. Al een aantal jaren geleden heeft ze een rat door de tuin zien lopen en sinds die dag durft ze niet alleen meer in de tuin te zijn, maakt ze veel kabaal voor ze de tuin inloopt om het beest af te schrikken en vraagt ze buurmannen om vallen te zetten en te controleren.
“Die rat heeft me het plezier van de tuin ontnomen,” zei ze bloedserieus tegen me begin 2017.  Negen maanden later hoorde ze dat ze de ziekte ALS had en veranderde alles.
Nog steeds ging ze de tuin niet alleen in, maar de focus lag nu wel ergens anders.

2018
Een half jaar later nam ze de dappere beslissing om zo niet meer verder te willen leven. Natuurlijk niet om die rat, maar omdat het ademen steeds slechter ging en ze er wel klaar mee was. Ze wilde naar pap. Omdat ze zelf de beslissing nam dat het genoeg geweest was wisten we wanneer ze zou overlijden. Op haar laatste avond, toen de luchtballonnen over Zuid-Limburg voeren, vroeg ik haar of ze dacht dat er meer was na de dood. Mijn nuchterheid heb ik van haar geërfd, dus allebei zeiden we dat dat leuk zou zijn, maar dat we dachten van niet. Ik wilde het testen, dit was de ultieme kans. “Mam, als er meer is na de dood geef je me dan een teken? Zullen we dat teken dan nu afspreken dan hoef ik er niet naar te zoeken?”
Ze lachte en zei in de korte zinnen die ze nog kon zeggen: “Als ik terugkom, kom ik zeker niet als een duif. Duiven zijn de ratten van de lucht.”  Hier heeft ze het bij gelaten. We hebben geen teken afgesproken.
Op woensdagavond overleed mijn moeder in alle rust in haar eigen, vertrouwde huis.
Vier dagen later, op zondag liep ik door de keuken van mijn eigen huis en daar zat ineens een duif binnen op mijn vensterbank. Toen ze me zag vloog ze naar buiten en liet en klein veertje achter. Een veertje dat nog altijd op mijn laptop plakt (en inmiddels is meeverhuisd naar een nieuwe laptop). 
De zondag na de uitvaart zat er weer een duif in mijn keuken en ook deze keer vloog ze rustig weer naar buiten.
De eerste zondag die ik weer werkte bij Omroep Brabant (een week of drie na de uitvaart) was er ineens paniek bij een aantal collega’s, er zat een duif in de kantine. Dus ik zeg tegen ze: “Rustig aan maar, dat is mijn moeder ze gaat zo weer weg.” En jawel hoor, toen ik rustig naar de duif liep, wandelde ze op haar gemakje weer naar buiten.

2020
We slaan wat jaren over. Het 2020 en we hebben de eerste lockdown erop zitten. Ik begin een lunchrestaurant met kneuterig boekenwinkeltje. En terwijl de tweede lockdown een feit is ben ik samen met vriendinnen de winkel aan het inrichten in de hoop snel open te kunnen. Er klinkt een klein gilletje van verbazing van een van mijn vriendinnen. Als ik de hoek om kijk komt ze parmantig en onbevreesd binnenwandelen, een duif. Het enige wat ik denk is: ”Mams komt even kijken of het allemaal wel goed gebeurt.” En dan draait ze zich om en loopt weer naar buiten. In de weken erna blijkt dat we voorlopig nog niet open kunnen. Omdat de huur en vaste lasten wel al zijn ingegaan ben ik weer aan het werk bij mijn trouwe opdrachtgevers. Dan krijg ik van één van mijn vrienden die vrijwillig (super lief) nog steeds voor mij aan het klussen is een appje waar ik behoorlijk van schrik: “Je moeder is hier!” Terwijl ik een berichtje terug typ dat dat helemaal niet kan, komt er een foto binnen. De duif in het winkeltje. Met haar kop hoog in de lucht kijkt ze ‘de fotograaf’ aan met zo’n blik van “Zo daar ben ik weer, alles onder controle hier?” Een dikke vette glimlach komt er op mijn gezicht. 
De duif blijft niet lang alleen want er komt nog een duif bij. Die durft niet naar binnen te komen en is wat bescheidener, bekijkt alles van een afstandje. Samen zitten ze op het pleintje bij mijn zaak. Twee jaar lang, ’s morgens als ik het terras aan het opbouwen ben en in de avond als ik de deur achter me sluit.

2022
Toen ik noodgedwongen na twee jaar de deuren moest sluiten ben ik nog even rustig op het plein gaan zitten en heb de duifjes gedag gezegd en bedankt dat ze er waren.
Daarna heb ik ze nooit meer gezien.

2024
Tot vandaag.

Wie is er nu een held?

Op een rustig moment ben ik weer eens liedjes gaan zoeken en luisteren die ik jaren geleden graag luisterde. Een van de eerste nummers die ik tegenkwam was Schoolplein van Acda en de Munnik. De eerste keer dat ik hem weer hoorde liepen er tranen over mijn bolle wangen. Waarom? Niet van verdriet, niet van geluk…misschien gewoon omdat het muziek is, en muziek doet dat bij mij en bij heel veel mensen. Muziek is onmisbaar. Zijn muzikanten dan helden? Held, een titel waar ik de laatste tijd wel eens over nadenk. Een vechtsporter die zich volledig in elkaar laat rossen, de wedstrijd wint en vervolgens trots verteld dat de gezichtsherkenning van zijn telefoon hem niet meer herkend wordt door velen een held genoemd. Een twintiger die in een enorm dure F1 auto heel snel dezelfde rondjes rijdt, wint en een hoop geld krijgt is ook een held voor veel mensen. Vergeet die over het paard getilde (een deel dan) mannekes niet die kei hard trainen en dè hobby van veel Nederlanders voor heeeel veeel geld uitoefenen. Helden zijn het als ze winnen, helden. Maar wat doen ze nou eigenlijk om die heldenstatus te krijgen? Een paar uur per week een deel van de bevolking amuseren. Super gaaf als je dat kan, heel fijn als je daar ook nog een hoop knaken mee kan verdienen. Ben je dan een held of is het woord held een beetje zijn waarde verloren? Misschien hebben mensen ook gewoon een ander beeld bij helden, dat kan ook nog. Misschien ligt de lat voor een held bij mij hoger dan bij anderen.

Moet ik misschien de heldendaad los zien van het geldbedrag dat ze er voor krijgen? Of mijn verwachtingen bijstellen van wat er met dat geldbedrag moet gebreuren. Ze hebben er tenslotte hard voor getraind om zo ver te komen en hebben ze die miljoenen per jaar gewoon ook echt verdiend en nodig. Kan hè.

Begrijp me niet verkeerd hè, ik heb het niet slecht. Dak boven mijn hoofd (die graag iets meer onderhoud wil, dat dan weer wel). Ik heb mooi freelance werk en een schitterende eigen zaak. Een restaurant met boekenwinkeltje. We werken met mensen met een verstandelijke beperking, zoals dat dan genoemd wordt, maar vaak denk ik misschien ben ik wel niet zo normaal en zijn zij niet zo beperkt. Schoonheid en kwaliteit schuilt in de ogen van de waarnemer. De dames en heren maken de dag van onze gasten weer een stukje vrolijker, een stukje beter. De vrijwilligers die samen met de medewerkers werken zijn geweldig. Zonder deze mensen waren mijn dagen zo veel minder interessant, minder gezellig en een heel stuk saaier. En dan nog de betaalde krachten. Ze zingen en dansen mee en samen maken ze met z’n allen mijn dagen zo veel makkelijker. Al deze mensen samen, een 24 in het totaal… dat zijn voor mij meer helden dan een overbetaalde voetballer, autoracer of kickbokser.

Heb jij dat ook wel eens? Je zit alleen in de auto en dan weet je precies wat je gaat zeggen als je iemand weer ziet. Het hele gesprek voer je dan met jezelf en wat vind je jezelf dan ook geniaal en slim.

Soms zegt er iemand
Zag je gisteren weer zitten
Vroeg me af wat je deed
Ik zeg gewoon een beetje praten met ’n meisje
Die het allemaal weet
Praten in jezelf zoals dat heet

(Acda en de Munnik – Schoolplein)

Sinds ik het restaurant heb, heb ik deze gesprekken regelmatig met mezelf, want eerlijk gezegd was het de eerste maanden zo enorm moeilijk. Als ik niet zo’n mooie mensen om me heen had gehad, had ik allang de handdoek keihard, bovenhands in de ring gegooid.

Schrijven doe ik graag. Een hobby die ik de laatste tijd ook niet meer heb gedaan. Geen tijd, geen zin, geen puf, maar door te schrijven schrijf ik wel wat ik er van vind, wat ik voel en hoe het echt is. Laatst liep iemand het restaurant in en vroeg aan mij waar Celine was, hij las af en toen stukjes die ik in het wijkkrantje schrijf en wilde na mijn laatste verhaal wel eens weten hoe het er uitzag en Celine eens spreken, want ze was toch wel een beetje een held. Toen ik zei dat ik dat was, was hij toch een beetje teleurgesteld, want de Celine op de foto was toch een stuk dunner. “Zou wel lang geleden gemaakt zijn die foto.” Snel was hij dan ook weer weg.

Haha, even een paar puntjes voor de duidelijkheid. Die foto is van drie jaar geleden en als je van bovenaf fotografeert lijk je altijd dunner en…

Ik ben geen held
Tenminste niet een die telt
Maar ik doe mijn best te blijven staan
Wat ik schreeuw lijkt niet slecht
Maar wat ik schrijf ben ik echt
Zo kan ik een beetje van de wereld aan

(Acda en de Munnik – Schoolplein)

Deze Celine huilt niet, toch Covid-19?

Ik ben stoer, duidelijk, recht voor z’n raap en eerlijk. Huilen komt maar zelden in mijn eigen vocabulaire voor. Maar heel af en toe rollen er van die doorzichtige, zoute bolletjes uit mijn ogen en vinden dan langzaam hun weg over mijn bolle wangen, richting mijn mondhoeken of onderkin. Heel af en toe. En als ze er dan zijn, komen ze ook met velen. Achter elkaar aan, ademen gaat dan moeilijk en blijft dan ook te lang in een diepe snik achter in mijn keel hangen. Met veel moeite lukt het dan om die adem weer uit te blazen en nieuwe zuurstof in te ademen. Snikkend met pijn in mijn ogen hoop ik dan dat het snel weer stopt.
Tot voor 3 maandag geleden kon ik deze huilbuien op één hand tellen, nou misschien met hulp van de tweede hand erbij. Vooral de mensen die dicht bij je staan kunnen deze huilbuien veroorzaken. In mijn tienerjaren had ik wel eens een huilbui door onredelijkheid op school, maar vooral de vreselijke ziektes van mijn ouders en hun overlijden riepen deze huilbuien op. Tot een paar weken geleden…toen kwam Covid-19. De eerste weken kon ik nog aardig aan het werk blijven, maar inmiddels is 80% van mijn werk (dat ik zo graag doe) weggevallen. Als zzp’er (tv/evenementen producer) is voor mij, net als voor al mijn mede-zzp’ers in tv- en evenementenwereld al het werk naar beneden gedonderd.
Alle omroepen en opdrachtgevers zetten eerst de mensen in vaste dienst in en de zzp’ers komen daarna een keer aan de beurt. Begrijp me niet verkeerd hé, ik snap het. Het is een logisch gevolg van alles wat er nu speelt en als ik de grote baas was zou ik dat waarschijnlijk (uiteindelijk) ook doen.
Maar och wat doet het toch pijn om te zien dat de opdrachtgevers waar je je jarenlang voor hebt ingezet je nu niet meer nodig hebben. De bedrijven waar je om 05.00 uur voor op stond om worstenbroodjes op te warmen en een grote kan koffie te zetten, want de crew komt over een uur aan in een of ander dorpje om een giga productie neer te zetten. De bedrijven die je in paniek bellen, omdat er een productie dreigt te mislukken die over vijf dagen al op tv moet en waar je alles voor op zij schuift om het toch voor elkaar te krijgen. Of de producties die bijna dubbelen en je tijdens een groot meerdaags evenement toch ook maar in de avonduren doorwerkt en eerder op staat, omdat je graag je opdrachtgever een plezier wilt doen.
Ik doe het zo graag, de onmogelijke, lange dagen en de rare tijden, omdat het zo’n mooi vak is. Samen met een heel team iets gaafs neer zetten. Zorgen voor de mannen en vrouwen die met dertig graden of in een enorme regenbui er toch maar staan om iedereen thuis te laten genieten van weer een mooi tv-programma. Met een team die grotendeels uit zzp’ers bestaat die ook nu een groot deel van hun inkomen mislopen. Onze uurtarieven liggen niet schokkend hoog, maar dat is niet erg, want wij hebben het leukste beroep van de wereld. Maar dan… dan hoor je deze dame voorbijkomen: Mevrouw Georgette Schlick (CEO van FremantleMedia). Zij zegt in online Broadcast Media Society sessie het volgende: ”Het volume gaat nooit meer zo groot worden als wat het was en ook financieel gaat het ook nooit meer worden wat het was. Of het nou bij de Publieke Omroep is of bij de commerciëlen. Uiteindelijk zullen we hetzelfde moeten maken voor minder geld. Dat is gewoon de essentie, dus ook een oproep aan de freelancers: jullie kunnen je tarieven niet blijven handhaven. Dat geldt voor de acteurs, voor de cameramensen, alles. Iedereen zal water bij de wijn moeten doen. Als je nu een job aangeboden krijgt en je moet het voor 20% minder doen, dan mag ik hopen dat je hem aanneemt, want dan heb je werk.” Hoe makkelijk kun je denken dame Schlick. Gaan onze kosten dan ook 20% omlaag? De huur of hypoyheek, de gemeentelijke belastingen of de zorgkosten? Dan zijn er ook de mensen die roepen: “Jij wilde toch freelancer worden!!” Uh nee, dat wilde ik niet. Ik ben noodgedwongen freelancer geworden. Mijn drie jaarcontracten zaten erop en ik kreeg geen vast contract, omdat dat veiliger was voor de baas, omdat de economie dat niet toe liet en ze me dus beter als freelancer konden inhuren. Na een aantal jaren freelancen kreeg ik te horen, toen ik solliciteerde bij een opdrachtgever, dat ze me niet gingen aannemen, omdat ze dan een van hun beste freelancers kwijt zouden raken. Dus door mijn eigen succes krijg ik niet wat ik wil,… ofzoiets.
Maar ik dwaal af, want waar ik nou zo verdrietig van word is het gemis. Ik mis mijn werk zo enorm. Ik mis de mensen en het zorgen voor die mensen. Het samen lachen, keihard werken en mooie dingen maken. Maar ik mis vooral het nuttig zijn, me nuttig voelen, iets kunnen betekenen voor anderen en dat vind ik heel zwaar.
En dan ineens, out of the blue, als net dat ene liedje op de radio is (er zijn trouwens heel veel “ene liedjes” kom ik achter) dan komt er eerst stiekem één doorzichtig, zout bolletje uit mijn ooghoek rollen die dan blijft steken op mijn bolle wangen. Achter hem aan komt dan de rest die hem het zetje geven om verder te rollen naar mijn mondhoeken. Wat een goed teamwork.
Uiteindelijk komen we ook wel over deze hobbel heen, we geven elkaar een zetje en dan rollen we samen weer de goede richting op. Zonder 20% van ons inkomen in te leveren. Dat weet ik zeker, met hulp van elkaar en de omroepen die hun trouwe freelancers zo snel mogelijk weer willen inzetten.

!  Lees ook eens de blogs van Jan Rein Hettinga: http://www.reinonline.nl/ (waar ik het stukje van dame Georgette Schlick uit heb geleend) !