Mijn boek

ambu

Ik ben een boek aan het schrijven. Of eigenlijk, ik ben heeeeeel veel boeken aan het schrijven. Zeker heb ik 4 beginnen, maar na ongeveer 5 A4tjes stop ik steeds om een of andere reden.

Goed.

Nu gaat het wel goed. Ik schrijf nu over wat ik heb meegemaakt. Kris kras door elkaar. Eerst de lost staande verhalen en dan ga ik alles aan elkaar borduren.

Dat zou dus moeten lukken. Het gaat de goede kant op.

HAP.

Ik schrijf situaties die ik heb meegemaakt toen ik Visite Assistent was….nee wacht even…toen ik MMA, mobiel medisch assistent, was of was ik toch visite assistent?? Nou ja, die verhalen dus. Twee jaar heb ik gewerkt als chauffeur bij de HAP (huisartsenpost) in Venlo en Venray. 20 uur in de week. Nachtdiensten, avonddiensten en weekenddiensten. Ik vond het werk geweldig. Echt mijn dingetje en het was goed te combineren met mijn werk als editor.

Samen met mijn collega chauffeurs, de doktersassistenten en artsen heb ik in die twee jaar best wat meegemaakt. Mooie verhalen, trieste verhalen, vreselijke verhalen.

En dan niet alleen de verhalen van de huisbezoeken.

500.

Vijfhonderd woorden moet je schrijven per dag. Zeggen ze. Ik heb ze nog niet geteld eerlijk gezegd. Meestal schrijf ik 1 gebeurtenis in 1 keer. Ik heb nu een hoop losse verhalen die ik later aan elkaar ga schrijven met het verhaal achter de schermen. Het verhaal over hoe er in die twee jaar is omgegaan met het beroep Visite Assistent.

Ik ben waarschijnlijk geen echte schrijver. Ik denk: “Als ik nou op maandag 1000 woorden schrijf, heb ik dan op dinsdag vrij?” Geen goed uitgangspunt…;-)

Advies.

Laatst kreeg ik een goed advies, een advies dat is blijven hangen. Een collega vertelde me dat hij dat advies ook weer had gekregen van een andere schrijver. “Stop nooit met schrijven als je het niet meer weet. Altijd stoppen als je nog weet hoe je verder moet.”

Dat vind ik moeilijk. Zolang ik nog weet wat ik wil schrijven, wil ik ook door gaan. Je stopt pas als je vast zit maar, als je vast zit dan ga je niet meer verder. Daarom schrijf ik in verhalen. Iedere keer 1 ervaring. Het werkt.

Leuk.

Dan is er natuurlijk nog de vraag of alleen ik deze verhalen leuk vind of dat andere mensen het ook leuk vinden om te lezen. Moeilijk moeilijk. Ik denk dat er wel mensen zijn die het leuk vinden. Er staan ook altijd mensen te kijken als ze de HAP-auto zien staan of als er een ambulance aan komt rijden. Ik ben wel eens de auto uit gestapt dat ik dacht: “moet ik nou zwaaien naar al die mensen?” Op ieder balkon van de flat stonden wel mensen te kijken. Ik heb maar net gedaan of ik ze niet zag.

Bang.

Als je nou met mij hebt samengewerkt in die twee jaar dan hoef je niet bang te zijn dat je in mijn boek voorkomt. Misschien herken je verhalen of situaties. Misschien denk je wel: “Oh daar was ik bij” of “dat kan ik me nog herinneren”. Misschien herinner je het je wel heel anders. Ik schrijf het op zoals ik het uit mijn hersenpannetje weer naar boven kan halen. Zoals ik het gevoeld en ervaren heb.

Met mijn collega’s, chauffeurs, assistentes en artsen kon ik het goed vinden en heb ik hele fijne tijd gehad. Dus, tenzij je aan geeft dat je nog een leuk verhaal weet, kom je niet in mijn boek.

… 

Maar krijg jij het nu toch een beetje benauwd en vraag je je af: “Wat zal ze gaan schrijven? Kom ik er in voor? En zo ja, hoe zal ze over me schrijven en is dat wel positief?” Heb je een reden om te denken dat ik iets kan schrijven waardoor je ego een deuk op loopt of dat er situaties zijn die je liever niet in een boek ziet…

…..begin dan maar alvast te zweten.

Hihi, het wordt een leuk boek!!!